Berekeningen

Vouwgordijn stofverbruik berekenen: de complete gids

· 7 min leestijd

Elegant vouwgordijn in linnen stof voor een groot raam in warm daglicht

Een vouwgordijn oogt strak en modern, maar de berekening vraagt meer aandacht dan velen verwachten. Anders dan bij een plooigordijn of wave gordijn werkt u hier met exacte afmetingen en meerdere lengte-toeslagen die snel over het hoofd worden gezien. Dit artikel legt de volledige formule uit, met twee concrete werkvoorbeelden.

Wat is een vouwgordijn?

Een vouwgordijn (ook wel Roman blind of Romein gordijn genaamd) is een vlak hangend gordijn dat bij optrekken horizontale vouwen vormt. De stof wordt niet geplisseerd over de breedte, maar vlak opgespannen of licht gekanteld. Dat heeft een directe invloed op de berekeningslogica: er is geen plooifactor groter dan 1,0.

Vouwgordijnen worden vaak op maat gemaakt voor specifieke raamopeningen. De eindafmetingen staan vast — breedte en hoogte worden exact afgesproken met de klant. Het stofverbruik hangt daarna af van de zoombreedte, de vouwdiepte en het rapport van de stof.

De basisformule voor de breedte

Omdat een vouwgordijn vlak wordt verwerkt, is de benodigde stofbreedte gelijk aan de afwerkbreedte — de zichtbare breedte van het gordijn in opgehangen toestand — plus de zijzomen aan weerszijden.

Stofbreedte = Afwerkbreedte + (2 × zijzoomtoeslag)
Typische zijzoomtoeslag: 2,5 – 4 cm per kant

In de praktijk rekenen de meeste ateliers 3 cm per kant, wat 6 cm totaal geeft. Voor een gordijn met een afwerkbreedte van 90 cm is de benodigde stofbreedte dus 90 + 6 = 96 cm. Als de stofreel smaller is, snijdt u twee panelen en naait u die samen — let dan op het rapport.

De hoogte berekenen: vouwen en zomen

De stofhoogte is de meest complexe component van de berekening. U vertrekt van de afwerkhoogte — de zichtbare hoogte van het gordijn — en voegt daar verschillende toeslagen aan toe:

  • Bovenste zoom: 4–6 cm voor de bevestiging aan de lat of rails
  • Onderste zoom: 6–8 cm (verzwaard met een lat of staafje)
  • Vouwen: per vouw rekent u 2 × de vouwdiepte — bij een vouwdiepte van 8 cm is dat 16 cm extra per vouw
Stofhoogte = Afwerkhoogte + bovenzoom + onderzoom + (aantal vouwen × 2 × vouwdiepte)

Het aantal vouwen hangt af van de hoogte van het gordijn en de gewenste vouwafstand. Een gangbare vouwafstand is 25–30 cm. Bij een gordijn van 160 cm hoogte krijgt u ongeveer 5–6 vouwen.

Rapport: dessin en patroonherhaling

Gebruikt u een stof met een herhalend patroon (rapport), dan moet u rekening houden met de rapportlengte bij de stofhoogte. Elke baan — en bij meerdere panelen ook elk snijtransport — moet op hetzelfde punt in het dessin beginnen.

Praktisch: bereken eerst de benodigde stofhoogte zonder rapport. Deel daarna door de rapportlengte en rond naar boven af op het dichtstbijzijnde gehele rapport.

Stofhoogte met rapport = ⌈Stofhoogte / rapportlengte⌉ × rapportlengte

Bij een berekende stofhoogte van 210 cm en een rapport van 32 cm: ⌈210 / 32⌉ = 7, dus 7 × 32 = 224 cm. U bestelt dus 224 cm in plaats van 210 cm per baan.

Werkvoorbeelden

Voorbeeld 1 — Eenvoudig vouwgordijn, uni stof

Afwerkbreedte: 80 cm

Afwerkhoogte: 150 cm

Vouwdiepte: 8 cm, 5 vouwen

Bovenzoom: 5 cm  |  Onderzoom: 7 cm

Rapport: geen (uni stof)


Stofbreedte = 80 + 6 = 86 cm

Stofhoogte = 150 + 5 + 7 + (5 × 16) = 150 + 12 + 80 = 242 cm

Totaal te bestellen: 86 cm breed, 2,42 m lang

Voorbeeld 2 — Vouwgordijn met rapport

Afwerkbreedte: 120 cm (1 paneel van 126 cm stofbreedte)

Afwerkhoogte: 200 cm

Vouwdiepte: 9 cm, 6 vouwen

Bovenzoom: 5 cm  |  Onderzoom: 8 cm

Rapport: 28 cm


Stofhoogte zonder rapport = 200 + 5 + 8 + (6 × 18) = 321 cm

Met rapport: ⌈321 / 28⌉ = 12 → 12 × 28 = 336 cm

Totaal te bestellen: 126 cm breed, 3,36 m lang

Veelgemaakte fouten

  • Vouwdiepte vergeten te verdubbelen: elke vouw vraagt materiaal aan voor- en achterkant — gebruik altijd 2 × vouwdiepte per vouw.
  • Rapport enkel bij breedte toepassen: bij vouwgordijnen speelt het rapport in de hoogte, niet in de breedte (tenzij het een horizontaal dessin is).
  • Onderzoom te krap: de onderzoom herbergt een verzwaringsstaaf. Minder dan 6 cm geeft onvoldoende ruimte voor een nette afwerking.
  • Afwerkbreedte verwarren met raamopening: een vouwgordijn kan breder zijn dan de raamopening als het buiten de sponning wordt gemonteerd. Gebruik de overeengekomen afwerkbreedte, niet de glasmaat.

Veelgestelde vragen

Wat is de plooifactor voor een vouwgordijn?

Een vouwgordijn wordt vlak verwerkt, dus de plooifactor is 1,0. U hebt precies de netto stofbreedte nodig gelijk aan de afwerkbreedte van het gordijn, plus een zijdelingse toeslag van 2–3 cm per kant voor de zijzomen.

Hoeveel extra stof reken ik voor de vouwen?

Per vouw rekent u 2 × de vouwdiepte bovenop de afwerkhoogte. Bij een vouwdiepte van 8 cm is dat 16 cm extra per vouw. Heeft u 5 vouwen, dan telt u 80 cm op bij de stofhoogte.

Moet ik rekening houden met het rapport?

Ja. Bij een stof met een herhalend dessin moet het patroon op elke snijpositie op hetzelfde punt in het rapport beginnen. Rond de berekende stofhoogte naar boven af op het dichtstbijzijnde veelvoud van de rapportlengte.

Automatisch laten berekenen met Gordana

Gordana berekent het stofverbruik voor vouwgordijnen automatisch op basis van de afmetingen, vouwdiepte en het rapport dat u invoert. U hoeft geen formules te onthouden — het systeem genereert meteen het correcte stofverbruik en de offerte. Meer weten over wat gordijnsoftware oplevert? Lees waarom elke gordijnwinkel software nodig heeft.

Vouwgordijnen automatisch doorrekenen?

Gordana rekent vouwen, zomen en rapport automatisch mee — u voert alleen de maten in.

Plan een gratis demo